Ruim de helft van de huiseigenaren vindt dat hun gemeente te weinig doet om betaalbare koopwoningen mogelijk te maken. Slechts 14 procent is positief, terwijl 51 procent juist negatief oordeelt. Opvallend is dat ruim een derde geen duidelijke mening heeft over de inzet van de gemeente.
Dat blijkt uit onderzoek van Vereniging Eigen Huis onder ruim 50.000 huiseigenaren, uitgevoerd in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Voor bedrijven in bouw, vastgoed en wonen is dit relevant, omdat gemeenten een sleutelrol spelen bij het mogelijk maken van nieuwe woningen en het tempo van vergunningen, planvorming en lokale keuzes mede bepalen.
Gemeenten blijven voor veel huiseigenaren onduidelijk
Volgens Vereniging Eigen Huis hebben veel huiseigenaren weinig zicht op wat hun gemeente precies doet of kan doen op de woningmarkt. De organisatie noemt dat een gemiste kans. Gemeenten bepalen immers mede of er voldoende betaalbare koopwoningen komen en of doorstroming op gang blijft.
Cindy Kremer, algemeen directeur van Vereniging Eigen Huis, zegt daarover: “Dat zoveel huiseigenaren geen idee hebben wat hun gemeente doet, is zorgelijk. Juist daar wordt beslist of er genoeg betaalbare koopwoningen komen en of mensen kunnen doorstromen. Wie dat niet weet, kan daar bij deze verkiezingen ook geen invloed op uitoefenen.”
Woonbeleid is voor veel inwoners lastig te volgen
Uit de toelichtingen bij het onderzoek blijkt dat het gemeentelijk woonbeleid voor veel huiseigenaren ondoorzichtig is. Het is vaak niet duidelijk welke verantwoordelijkheid bij de gemeente ligt en wat juist door het Rijk, de provincie of projectontwikkelaars wordt bepaald.
Ook is niet altijd helder of nieuwe bouwplannen gaan om betaalbare koopwoningen en voor wie die woningen zijn bedoeld. Tegelijkertijd ervaren veel huiseigenaren een tekort aan woningen, vooral aan starterswoningen en levensloopbestendige woningen voor senioren. Lange procedures maken de doorstroming bovendien lastiger.
Lokale keuzes hebben zichtbaar effect
Volgens Vereniging Eigen Huis laten de onderzoeksresultaten zien dat gemeentelijk beleid wel verschil maakt. Waar inwoners zichtbare bouwprojecten zien en betaalbare woningen als prioriteit herkennen, is het oordeel vaak positiever.
De vereniging noemt als voorbeeld Olst-Wijhe, waar 41 procent van de huiseigenaren vindt dat de gemeente genoeg doet voor betaalbare koopwoningen. In Oisterwijk ligt dat beeld heel anders: daar is slechts 7 procent positief en vindt 76 procent dat de gemeente tekortschiet.
Inwoners noemen daar volgens het onderzoek vooral het gebrek aan tempo, besluiteloosheid en een focus op het duurdere segment.
Waarom dit ook voor bedrijven telt
Voor ondernemers kan de uitkomst van dit soort lokale keuzes direct gevolgen hebben. Gemeentelijk woonbeleid beïnvloedt welke bouwprojecten daadwerkelijk van de grond komen, hoe snel doorstroming op gang komt en in welke segmenten wordt gebouwd. Dat raakt niet alleen ontwikkelaars en aannemers, maar ook leveranciers, adviseurs en andere partijen in de woningmarkt.
Wie actief is in deze keten, heeft er belang bij om de lokale woonagenda goed te volgen en verschillende partijen te vergelijken. Via BedrijfNederland kunnen lezers daarbij ook offertes aanvragen en vergelijken voor uiteenlopende opdrachten binnen bouw en vastgoed.
Oproep aan huiseigenaren
Vereniging Eigen Huis roept huiseigenaren op zich te verdiepen in de woonplannen van lokale partijen. Volgens de vereniging bepalen de keuzes die lokale partijen nu maken wat er straks gebouwd wordt. Daarom zijn de gemeenteraadsverkiezingen volgens de organisatie ook relevant voor iedere huiseigenaar.
De resultaten per gemeente zijn alleen beschikbaar als minimaal 50 deelnemers uit die gemeente de vragenlijst hebben ingevuld.
Over het onderzoek
- Dataverzameling: 23 januari tot en met 2 februari 2026
- Doelgroep: leden van Vereniging Eigen Huis
- Aantal ingevulde vragenlijsten: 50.888