Arbeidsmarkt en ondernemen

Mkb-loon stijgt in Q1 2026 stevig door: mediaan naar € 3.612

Het mediaan salaris in het mkb liep in het eerste kwartaal van 2026 verder op naar € 3.612. Vooral cao-lonen, bepaalde functies en regionale verschillen springen eruit. Voor ondernemers is dit relevant bij het bepalen van salarissen, het aantrekken van personeel en het vergelijken van kosten.

Mkb-loon stijgt in Q1 2026 stevig door: mediaan naar € 3.612

Het mediaan salaris in het Nederlandse mkb is in het eerste kwartaal van 2026 uitgekomen op € 3.612. Dat is een stijging van 3,2% ten opzichte van het vorige kwartaal en volgens Van Spaendonck de sterkste kwartaalgroei in jaren.

De cijfers komen uit de nieuwste Loonindex van Van Spaendonck, gebaseerd op meer dan 1,2 miljoen geanonimiseerde loonstroken per maand van 145.000 Nederlandse bedrijven. Voor werkgevers is dit relevant omdat de ontwikkeling van lonen direct raakt aan personeelskosten, werving en het bepalen van marktconforme salarissen.

Lonen in het mkb groeien harder dan het minimumloon

De salarisgroei in het mkb lag in dit kwartaal ook boven de stijging van het minimumloon. Dat minimumloon nam in dezelfde periode met 2,6% toe tot € 2.569.

Volgens Van Spaendonck laat dit zien dat de lonen in het mkb in de breedte versneld toenemen.

Cao-lonen maken inhaalslag

Opvallend is dat lonen binnen cao’s dit kwartaal sterker stegen dan lonen buiten cao’s. Werknemers onder een cao zagen hun salaris met 3,78% toenemen, tegenover 2,6% bij bedrijven zonder cao.

Het mediaan salaris binnen cao’s ligt nog wel onder dat van bedrijven zonder cao: € 3.512 tegenover € 4.000.

Over een langere periode groeien cao-lonen ook sneller. Sinds 2018 stegen de lonen binnen cao’s met 39,5%, tegenover 32,2% bij bedrijven zonder cao.

Loonkloof tussen mannen en vrouwen kleiner

De loonkloof in het mkb neemt verder af. Vrouwen verdienen momenteel mediaan € 3.416, terwijl mannen uitkomen op € 3.771. Dat is een verschil van 9,4%. Een jaar geleden was dat verschil nog 10,4%.

Van Spaendonck wijst erop dat een groot deel van het verschil te verklaren is door factoren als werkuren, functies en ervaring. Zo werken vrouwen tussen de 30 en 50 jaar gemiddeld 28,2 uur per week, tegenover 37,7 uur bij mannen in dezelfde leeftijdsgroep.

Na correctie voor deze factoren blijft 1,2% over als onverklaarbaar verschil. In 2025 was dat nog 1,8%.

Sterke uitschieters per functie

Niet alle functies bewegen even hard mee met de bredere loonontwikkeling. Internationale chauffeurs zagen hun salaris dit kwartaal met 13,4% stijgen. Ook fiscalisten en product developers kenden stevige groei, met respectievelijk 12,6% en 11,3%.

Binnen cao’s waren er eveneens forse uitschieters, vooral in de open teelten (16,1%), bioscopen (14,9%) en uitgeverijen (13,3%).

Regionale verschillen blijven zichtbaar

De loonverschillen tussen regio’s blijven groot. Utrecht staat bovenaan met een mediaan salaris van € 3.848, gevolgd door Noord-Holland en Zuid-Holland. Groningen en Zeeland bevinden zich aan de onderkant.

De sterkste loonstijging werd dit kwartaal gemeten in Friesland met 3,9%. Flevoland liet de laagste groei zien met 2,3%.

Waarom dit voor bedrijven relevant is

Voor ondernemers en opdrachtgevers geven deze cijfers een actueel beeld van de loonontwikkeling in het mkb. Dat kan helpen bij salarisrondes, het opstellen van offertes en het inschatten van personeelskosten. Wie marktconforme tarieven of salarissen wil bepalen, kan binnen BedrijfNederland bovendien eenvoudig offertes aanvragen en vergelijken.

Over de Loonindex

Voor de Loonindex van Van Spaendonck zijn 1,2 miljoen verloningen per maand geanalyseerd, afkomstig van Loket.nl. Het gaat om daadwerkelijk uitbetaalde lonen tot en met december 2025.

Niet alle sectoren maken gebruik van deze software. Sectoren waarvoor onvoldoende data beschikbaar was, zijn buiten beschouwing gelaten.

In dit onderzoek staat het mediaan inkomen voor het meest representatieve inkomen: de helft verdient meer en de helft verdient minder.

Van Spaendonck zegt met deze Loonindex een betrouwbaar inzicht te bieden in de loonontwikkelingen op de Nederlandse arbeidsmarkt. Het onderzoek wordt vanaf nu ieder kwartaal uitgevoerd en gepubliceerd.