Bouw en techniek

Opschaling van biobased productie loopt vast op infrastructuur en financiering

Nederland wil sneller overstappen op biobased en gerecyclede grondstoffen, maar de stap van pilot naar fabriek blijkt in de praktijk lastig. Vooral infrastructuur, vergunningen en financiering houden opschaling tegen.

Opschaling van biobased productie loopt vast op infrastructuur en financiering

De Nederlandse chemische industrie staat midden in een omslag van fossiele grondstoffen naar hernieuwbare en biobased alternatieven. Die beweging moet bijdragen aan minder milieuvervuiling en aan een circulaire economie, maar de overgang komt volgens Invest-NL lastig op gang.

Voor ondernemers en opdrachtgevers in de bouw en techniek is dit relevant omdat de beschikbaarheid van nieuwe materialen, productiecapaciteit en ketensamenwerking direct invloed heeft op projecten en inkoop. Wie tijdig wil inspelen op duurzame grondstoffen, merkt dat de markt nog niet overal klaar is voor grootschalige toepassing.

Van pilot naar fabriek blijft de bottleneck

Nederland is sterk in laboratoria, pilots en demonstratieprojecten. De stap daarna, van proefinstallatie naar een eerste fabriek, wordt volgens Invest-NL juist weinig gezet. Een belangrijke reden is dat een biogebaseerde infrastructuur ontbreekt.

Daarbovenop spelen meerdere praktische drempels mee, zoals regelgeving, vergunningen, einde afvalstatus en stikstofruimte. Afval wordt nog te vaak gezien als restproduct, terwijl het ook een grondstof kan zijn voor nieuwe toepassingen.

Volgens Invest-NL vraagt dat niet alleen om technische vernieuwing, maar ook om een andere manier van denken bij overheid en bedrijven. Tegelijkertijd moet bestaande fossiele infrastructuur worden omgebouwd om ruimte te maken voor alternatieven.

Europese regels versnellen de druk

De noodzaak om op te schalen wordt groter door Europese wetgeving, zoals de Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) en de Circular Economy Act. Bedrijven moeten daardoor sneller verduurzamen.

Een belangrijk doel is dat vanaf 2030 dertig procent van alle plastics uit biobased of gerecycled materiaal bestaat. Zonder extra productiecapaciteit en infrastructuur wordt dat lastig haalbaar.

Financiering blijft een tweede knelpunt

Nieuwe fabrieken vragen veel kapitaal. Banken schatten de risico’s vaak hoog in en zijn terughoudend met financiering van projecten die op korte termijn nog niet rendabel zijn.

Invest-NL probeert dat probleem te verkleinen met garanties en risicodeling. Ook gedeelde faciliteiten kunnen helpen, omdat start-ups daarmee sneller kunnen doorgroeien zonder direct een volledige fabriek te bouwen. Zulke voorzieningen maken toegang tot kennis en apparatuur efficiënter.

Daar staat tegenover dat grote bedrijven terughoudend kunnen zijn, onder meer vanwege concurrentiegevoelige informatie en veiligheidseisen.

Druk op bestaande sector raakt ook nieuwe plannen

De traditionele chemiesector staat zelf onder druk door hoge energieprijzen en concurrentie uit China. Als fabrieken sluiten, verdwijnt ook infrastructuur die juist nodig is voor de groei van de biobased industrie.

Zonder pijpleidingen en voorzieningen voor energie en water wordt opschalen nog moeilijker. Voor bedrijven die willen investeren in duurzame productie of toelevering is dat een belangrijk aandachtspunt bij de locatiekeuze en samenwerking in de keten.

Volgens Invest-NL is snel investeren in biogebaseerde infrastructuur, ketensamenwerking en beleid dat marktcreatie ondersteunt noodzakelijk. Anders loopt Nederland het risico achter te blijven bij andere Europese landen.

Voor ondernemers kan het daarom zinvol zijn om plannen, leveranciers en uitvoerende partijen tijdig naast elkaar te leggen. Via BedrijfNederland kunnen bedrijven daarbij offertes aanvragen en vergelijken, zodat keuzes beter aansluiten op de technische en financiële mogelijkheden van een project.