Over het stookseizoen 2025-2026 (van oktober tot en met april) lag de warmtevraag ongeveer 7% lager dan het gemiddelde over de laatste dertig jaar. Volgens Weeronline kwam dit vooral door relatief zacht weer in de maanden december, februari en maart.
Dit is relevant voor bedrijven omdat warmtevraag samenhangt met de energievraag voor verwarming. Een lagere warmtevraag kan in de praktijk meespelen bij kostenontwikkeling en bij het plannen van energiebeheer.
De warmtevraag wordt bepaald op basis van de gemiddelde dagtemperaturen van begin oktober tot en met eind april in De Bilt. Weeronline rapporteert dat het afgelopen seizoen daarmee in totaal ongeveer 7% lager uitkwam dan gemiddeld over de periode die sinds het seizoen 1999-2000 is gevolgd.
Welke maanden vielen op?
- December 2025: tot vlak voor kerst uitermate zacht; ondanks een koud slot stond december in de top-10 van zachtste decembermaanden ooit gemeten.
- Januari 2026: gemiddeld over het land duidelijk kouder dan gebruikelijk; in het noorden en oosten was het flink kouder dan in het zuiden en westen, met onder meer sneeuw in de eerste week en later geregeld sneeuw in Noordoost-Nederland.
- Februari en maart 2026: duidelijk zachter dan gemiddeld.
- April 2026: tot dusver iets aan de zachte kant.
Ook wordt genoemd dat oktober 2025 en november 2025 iets zachter verliepen dan gebruikelijk. De maand mei tot en met september is voor de meeste huishoudens en bedrijven zo dat verwarming zelden nodig is.
Waarom dit praktische waarde heeft
Omdat de warmtevraag lager uitkwam dan gemiddeld, kan dat helpen bij het inschatten van verwarmingslasten in vergelijkingsmomenten met eerdere seizoenen. Voor ondernemers die hun energiekosten willen beheersen, kan dit aanleiding zijn om energiecontracten en tarieven opnieuw te bekijken. Via BedrijfNederland kunt u bovendien eenvoudig offertes aanvragen en vergelijken van energieleveranciers.
Het artikel van Weeronline geeft daarnaast aan dat de warmtevraag de laatste jaren constant lager is dan begin deze eeuw.