Energie en brandstoffen

Strakkere keuzes nodig om vastlopen van de energietransitie te voorkomen

De uitvoering van de energietransitie loopt vast op vergunningen, netcongestie en bestuurlijke drukte. Volgens BDO is scherpe prioritering binnen het ACM-kader nodig om maatschappelijke projecten verder te laten komen.

Strakkere keuzes nodig om vastlopen van de energietransitie te voorkomen

De energietransitie in Nederland loopt niet vast op gebrek aan plannen, maar op de uitvoering. Vergunningstrajecten duren lang, de beschikbare netcapaciteit is schaars en veel partijen willen tegelijk vooruit. Dat maakt het lastiger om projecten op tijd te realiseren.

Volgens BDO vraagt dat om een scherpere afweging van welke projecten voorrang krijgen. Gemeenten, netbeheerders en aannemers lopen volgens de advies- en accountantsorganisatie vast in een combinatie van vergunningprocedures en administratieve complexiteit. Daardoor ontstaat een situatie waarin veel initiatieven als urgent worden gezien, terwijl niet elk project evenveel maatschappelijke impact heeft.

ACM-kader geeft richting, maar niet alle antwoorden

De Autoriteit Consument & Markt heeft een nieuw prioriteringskader voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen congestieverzachters, veiligheid en basisbehoeften. Dat geeft structuur, maar volgens BDO blijft de vraag bestaan welke projecten in de praktijk het meeste maatschappelijke effect hebben.

Dat punt wordt belangrijker nu de schaarste volgens de organisatie structureel lijkt te worden. Binnen de categorieën die als maatschappelijk prioriteit krijgen, groeit het aantal aanvragen voor bijvoorbeeld woningbouw, zorg en publieke voorzieningen.

Niet alleen een technisch probleem

BDO wijst erop dat een ‘vol’ elektriciteitsnet een genuanceerder beeld kent. Netcongestie speelt vooral tijdens piekmomenten, terwijl er op andere momenten vaak nog ruimte is. TenneT laat zien dat met flexibel verbruik, energieopslag en slimme contractvormen ongeveer 9 gigawatt extra capaciteit benut kan worden.

Dat is bijna de helft van de nationale piekvraag. Volgens BDO laat dit zien dat het probleem niet alleen technisch is, maar ook organisatorisch: bestaande capaciteit moet beter worden benut en er moet worden gekozen welke projecten voorrang krijgen.

Materialiteit als basis voor prioriteit

De kern van het advies is dat gemeenten expliciet moeten bepalen welke projecten aantoonbaar de meeste maatschappelijke waarde leveren. Niet ieder project draagt in gelijke mate bij aan CO2-reductie, energieveiligheid of het verminderen van netcongestie.

Daarvoor is volgens BDO een materialiteitsanalyse nodig. Die maakt zichtbaar welke keuzes het meeste effect hebben en kan helpen om prioriteiten onderbouwd vast te leggen. Dit vraagt om samenwerking tussen gemeenten, netbeheerders en provincies.

Voor bedrijven en opdrachtgevers is dit relevant omdat vertragingen in de energietransitie direct kunnen doorwerken in de beschikbaarheid van ruimte, aansluitingen en projectplanning. Wie afhankelijk is van netcapaciteit of vergunningen, heeft er belang bij om tijdig te weten waar prioriteit ligt. Via BedrijfNederland kunnen organisaties daarbij eenvoudig offertes aanvragen en vergelijken voor passende ondersteuning.

Snelle keuzes voorkomen extra vertraging

Als prioritering uitblijft, groeit de lijst van projecten die allemaal urgent lijken. Dan kan het net verder vollopen, worden woningen later gebouwd en stokt de energietransitie nog sterker.

Volgens BDO is scherpe prioritering daarom geen bijzaak, maar een noodzakelijke voorwaarde om de uitvoering weer op gang te brengen.