De Omgevingswet moest juist zorgen voor een meer samenhangende aanpak van de leefomgeving. Volgens de onafhankelijke Evaluatiecommissie Omgevingswet is dat beeld na twee jaar nog niet duidelijk zichtbaar. In het tweede jaarlijkse reflectierapport, Werk aan de winkel, staat dat de huidige praktijk juist tot versnippering kan leiden.
Het rapport is op 10 maart 2026 door minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan de Eerste en Tweede Kamer gestuurd.
Vergunningen zorgen volgens de commissie voor minder overzicht
De commissie ziet vooral problemen in de manier waarop vergunningen onder de Omgevingswet worden aangevraagd en verwerkt. Doordat omgevingsvergunningen in sommige gevallen los van elkaar kunnen worden aangevraagd, ontstaat volgens de commissie een confettikanon van aanvragen. Dat maakt het lastiger om het overzicht over de leefomgeving te bewaren.
Ook het veelgebruikte afwijkingsinstrument BOPA speelt daarbij een rol. Omdat deze vergunning pas later in het omgevingsplan hoeft te worden verwerkt, kan veel gebruik ervan volgens de commissie zorgen voor nog meer onoverzichtelijkheid.
Voor ondernemers en opdrachtgevers is dat relevant, omdat meer versnippering kan betekenen dat planvorming, afstemming en vergunningstrajecten minder voorspelbaar worden. Wie met bouw-, gebieds- of duurzaamheidsplannen te maken heeft, doet er daarom goed aan de eisen en procedures zorgvuldig te laten toetsen. Via BedrijfNederland kunnen bedrijven eenvoudig offertes aanvragen en vergelijken om de juiste ondersteuning te kiezen.
Ook sectorale wetgeving kan de integraliteit onder druk zetten
De evaluatiecommissie waarschuwt daarnaast voor nieuwe sectorale wetgeving. Die kan volgens de commissie afbreuk doen aan de integrale belangenafweging die juist een belangrijk doel van de Omgevingswet is.
Als voorbeeld noemt de commissie het consultatievoorstel voor de Wet op de defensiegereedheid. Daarin wordt het defensiebelang buiten veel vergunningensystemen van de Omgevingswet geplaatst. De commissie zegt niet dat bepaalde belangen geen voorrang mogen krijgen. Het probleem is volgens haar dat belangen dan minder transparant en minder integraal tegen elkaar worden afgewogen.
Volgens de commissie zijn er ook duidelijke verbeteringen
De zorgen nemen niet weg dat de commissie ook positieve ontwikkelingen ziet. In het tweede jaar van de Omgevingswet worden de kerninstrumenten volgens het rapport vaker benut. Daarbij gaat het onder meer om:
- actualisaties van omgevingsvisies
- inhoudelijke wijzigingen van omgevingsplannen
- vaststelling van (ontwerp-)programma’s
Daarnaast is het vooroverleg volgens de commissie gestructureerder geworden door het werken met Intaketafels en Omgevingstafels. Ook doen overheden ervaring op met het anders werken onder de Omgevingswet.
Wat dit betekent voor de praktijk
Voor bedrijven die plannen hebben in de fysieke leefomgeving blijft het zaak om procedures goed te volgen en de juiste expertise in te schakelen. Zeker wanneer meerdere vergunningen, belangen of overheden een rol spelen, kan de uitvoering onder de Omgevingswet complex zijn.
De Evaluatiecommissie adviseert de minister om ondermijning van het stelsel zo snel na invoering te voorkomen. Daarmee blijft de vraag centraal staan of de wet in de praktijk daadwerkelijk zorgt voor meer samenhang.