Dat fabrikanten verplicht worden telefoons, wasmachines en tv’s te repareren, is een belangrijke stap richting een duurzamere en toekomstbestendige economie. Voor bedrijven en opdrachtgevers betekent dit niet alleen meer nadruk op productontwerp, maar ook op de vraag wie dat repareren in de praktijk gaat doen.
Volgens Goldschmeding Foundation is beleid op zichzelf niet genoeg om deze transitie te laten slagen. Het gaat er niet alleen om dat producten te repareren zijn, maar ook dat er voldoende mensen zijn met de juiste vaardigheden om dat werk uit te voeren.
Daar zit een uitdaging voor de arbeidsmarkt. Die is nu nog sterk ingericht op afzonderlijke sectoren en traditionele beroepen. Nieuwe rollen, zoals reparateur, passen daar niet altijd goed in. Tegelijk beweegt het systeem volgens de bron te langzaam mee met veranderingen die al zichtbaar zijn.
Voor ondernemers kan dit relevant zijn omdat de vraag naar reparatie, onderhoud en hergebruik kan toenemen. Dat vraagt om aandacht voor scholing, samenwerking met onderwijs en het verbinden van sectoren en werkgevers. Bedrijven die daarop willen inspelen, kunnen nu al bekijken welke kennis, capaciteit en partners daarvoor nodig zijn. Via BedrijfNederland kunnen opdrachtgevers bovendien offertes aanvragen en vergelijken voor uiteenlopende werkzaamheden.
Goldschmeding Foundation noemt het daarom belangrijk dat overheid en werkgeversorganisaties deze ontwikkeling aangrijpen om toekomstbanen actief te versterken. Volgens de stichting betekent dat onder meer investeren in vaardigheden, het aantrekkelijk maken van toekomstbanen in de grondstoffentransitie en het stimuleren van samenwerking tussen sectoren, onderwijs en werkgevers.
Alleen dan kan de reparatieplicht volgens de bron uitgroeien van een norm naar een werkend systeem waarin een toekomstbestendige economie en arbeidsmarkt samen optrekken.